De man

De man, de stal, de was en de troost van de verbeelding

Waar de afbeelding feitelijk over gaat is dat de verbeelding je kan vullen en schoonheid je kan troosten. Kijk, hij zit in een stal en achter hem hangt- hoe weinig flatteus- de was, hij heeft aan een voet een pantoffel aan de ander draagt hij niets. Het is een beetje een vreemd mannetje. Zo met dat stroppie om en een jasje met maar een mouw terwijl op die arm kerven zichtbaar zijn. Het is niet iemand in zijn tweede huis in Frankrijk of Italie. Nee, dit mannetje zit in zijn eigen stal; hij heeft geen bezit om mee te pronken. Nee je ziet eerder wat hij niet heeft en dat zijn leven een eenvoudig leven is, maar doet er niet toe: hij speelt muziek, hij speelt cello. Daar ligt zijn vitaliteit, daar ligt zijn gevoel, door de muziek is hij verbonden, door inspiratie en empathie is hij met alles verbonden, in de muziek ligt iets wat hem drijft, daar zoekt hij nog steeds naar zuiverheid en onschuld.