Waarde Vincent

Tekst voor de brief aan Vincent van Gogh bij de tentoonstelling “In de ontreddering de kalmte bewaren”, Arnhem, Circa dit…., juni 2015.

 

Waarde Vincent

Ik las dat je van ‘Le Christ au jardin des oliviers’ (1889) van Gauguin geen bewonderaar bent. Dat is bepaald een understatement. Tegen Bernard uit je je woede en frustratie daarover rechtstreeks. Zijn ‘Christ au jardin des oliviers’ (1889) noem je een nachtmerrie en je wilt hem dat wel toeschreeuwen. Aan Gauguin, tegen wie je opkijkt, schrijf je heel wat ingehoudener dat ‘onze taak in de gedachte ligt en niet in de droom’. Maar je bent er niet minder boos om en je zegt beiden hoe het wel moet: waarnemen en niet dromen.

 

Is dit nu, Vincent, de reden dat je mij een buitenstaander noemt omdat al mijn werk uit de verbeelding voortkomt. Nou Vincent ik vind dat jij het niet snapt.

 

Bernard en Gauguin schilderen hun Christus boers en primitief om zo min mogelijk associatie met de traditionele Christus op te roepen. En jij weet dat!! Dat hoor je niet voor het eerst. Jij weet dat ze niet louter naar de waarneming schilderen. Zij mengen verbeelding en waarneming. En juist dat verleent hun werk een volks en primitief karakter en aansluiting bij een als van diep ervaren eenheid met de natuur en het leven. En dat is precies wat jij zelf ook doet! Schilderen als een boer! Zijn dat niet jou eigen woorden?! Wat is dan in hemelsnaam het verwijt?! Dat de werkelijkheid volgens jou wordt verlaten? Kom op zeg, je vindt van jezelf toch ook dat je die juist volgt. En nu? Je blaft Bernard af en roept dat hij nog nooit een olijfboom heeft bekeken. In de dagen hierop ga je olijfgaarden schilderen (echt waar!) en raus je er maar liefst vier het doek op om hem, maar vooral jezelf te laten zien hoe het moet.

 

Zo kan ik niet veel begrip voor je op brengen. Ik mag die dwang van jou niet. Het is pedant om de werkelijkheid als objectief naar voren te schuiven en de verbeelding af te doen als niet ter zake, ja als schadelijk. Nou Vincent die objectiviteit zegt me niks. Het geeft mijn leven geen betekenis. In tegendeel het snijdt me af van mijn verbondenheid met de wereld en het leven. Het is in mijn verbeelding dat ik verbonden ben met leven, hoe die ook komt. Dat is de eenheid waar ik naar verlang.

 

Maar Vincent het kan altijd nog erger. Gaat het bij Gauguin en Bernard wat jou betreft om slechts één werk, bij mij is al mijn werk gebaseerd op de verbeelding. Ik ben wel een van de grootste fantasten die er rondloopt. Ik klets alles aan elkaar en ik geloof er zelf nog in ook, wat de reden is waarom ik dit schijngevecht met je voer. Ik ben benieuwd hoe je op mijn werk reageert 😉

 

Ik neem de verbeelding voor waar en voor werkelijk. (sic)(!). Ik denk in beelden, concrete beelden, dingen, relaties en gehelen en die beeldencarousel mengt zich met de tweede draaiende beeldencaroussel die de werkelijkheid is. Zo zit het Vincent. Het woord is wel mooi maar niet zo mooi dat ze als een voorname dame vóór zou gaan en de werkelijkheid (van de ervaring) beleefd voor haar de deur zou moeten open houden. Zonder de werkelijkheid is het woord niets. Zonder woord echter is de werkelijkheid weer het raadsel die het is, rauw en puur en moet je zelf de deuren van de werkelijkheid openen. Dan kan het avontuur eerst echt beginnen.

 

Het werk dat ik hier heb hangen gaat over de verbeelding en heeft een buitennissig lange titel ‘Dieser Kuß aller Welt of De vlucht der verbeelding, kus me, kus me, kus me dan toch’. Dat laatste- het driewerf ‘kus me, kus me, kus me dan toch’ moet je in gedachten met een zeker ongeduld uitspreken, Vincent, zo als een kleuter zijn moeder benaderen zou met een verwijtend en bestraffend ‘…kus me dan toch’ omdat hij meent recht te hebben op haar, of als de man, die zijn vrouw in zijn armen neemt, ongeduldig en begerig haar lief te hebben het ‘kus me dan toch’ uitspreekt; het gaat over overgave en afhankelijkheid. In het beeld is dat de overgave van het meisje aan de oude man en andersom de tedere overgave van die man aan haar. Het gaat over een niet anders kunnen dan je overgeven; het gaat over de eigen natuur en de natuur van de ervaring.

 

Het eerste stukje van de titel is gepikt van Klimt’s Beethovenfries uit 1901, waar, de geschilderde vertelling van de Negende ‘Alle Menschen werden Brüder’ de eenheid van de wereld, het ‘Unus Mundus’ het onderwerp is en waar een man en een vrouw, voorbij engelen en muzen, voorbij tijd, voorbij Arcadië, waar man en vrouw met elkaar versmelten en betekenis in elkaar vinden, zoals het woord in het beeld betekenis vindt, zo als openbaring in gebed, inzicht in onderzoek en vooral zo als god in de mens betekenis vindt. Mijn werk gaat over de rol van de verbeelding, die alles wakker kust. En dat wíj het niet zijn die zo graag zoenen, maar dat er íets diep in ons is wat zo, zo graag kussen wil, dat wij niet anders dan kussen kunnen en kussen zullen en kussen moeten. De verbeelding zelf kust ons wakker, maar ook de natuur kust en de ander kust. Eerst door de kus van de verbeelding met wat dan ook van de wereld wordt iets begrepen en pas dan gaat het tot de werkelijkheid behoren. Ik doe er een schets van bij.

 

Groet Henk